Coronamaatregelen opleiders

Hygiënemaatregelen beroepsvervoer examens, toetsen en cursussen

Algemene maatregelen

Kom niet bij ziekteverschijnselen

  • Heb je corona/koorts/verkoudheidsklachten, blijf dan thuis.
  • Heeft iemand uit je huishouden voornoemde klachten, blijf dan thuis.
  • Je mag pas weer naar het examen komen wanneer jij en/of je huisgenoot 24 uur geen klachten meer heeft.
  • Blijf thuis als je net in een gebied bent geweest dat ‘code oranje’ heeft.

Algemene hygiëne maatregelen

  • Was regelmatig je handen met water en zeep.
  • Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog.
  • Schud geen handen.
  • Gebruik papieren zakdoeken
  • Houd 1,5 meter afstand.

Zeven gezondheidsvragen

Anderhalve meter afstand houden is bij de meeste praktijkexamens en -toetsen niet mogelijk. Daarom stellen we vóór het examen zeven gezondheidsvragen aan onze klanten. Antwoord de klant op één van de vragen ‘ja’ dan wordt het examen kosteloos uitgesteld naar een later moment. De vragen zijn opgesteld door het RIVM.

Aangepaste procedure praktijkexamens

Voorafgaand aan het examen

  • Alleen examenkandidaten hebben toegang tot het pand.
  • Bij de ingang moeten kandidaten de handen desinfecteren.
  • De kandidaat mag 15 minuten voor aanvang van het examen het pand betreden.
  • De kandidaat loopt zonder zijn instructeur de examenzaal in wanneer hij wordt opgeroepen.
  • De examinator zit achter een acrylaatplaat.
  • Er worden geen handen geschud.
  • Als bij een POL of openbare locatie andere aanvullende richtlijnen gelden dan worden deze bij de ingang van het pand bekend gemaakt.

Ontvangstgesprek praktijkexamens

  • De examenkandidaat en examinator desinfecteren vooraf hun handen.
  • De examinator is bevoegd het examen niet af te nemen wanneer hij merkt dat de kandidaat griepverschijnselen vertoont of kampt met verkoudheid/hoesten/benauwdheid of als de kandidaat geen mondkapje wil dragen in het voertuig.
  • Het examen gaat niet door als je vanaf 19 oktober 2020 geen mondkapje hebt gedragen tijdens rijles. Dit geldt niet voor de praktijkexamens motor, bromfiets en brommobiel.
  • De kandidaat desinfecteert eerst zijn ID-bewijs voordat hij deze overhandigt aan de examinator.
  • Bij aanvang van het ontvangstgesprek stelt de examinator zeven vragen aan de kandidaat over de gezondheid.
  • Bij de CDE en LZV examens: het ontvangstgesprek van het examen start binnen. Dit om de bevraging over conformiteitsbewijs en kentekenbewijs (bij CDE) en het theoretische deel van het examen (bij LZV) goed te laten plaatsvinden. De kandidaat komt zonder instructeur naar binnen.
  • Na afronding van het ontvangstgesprek reikt de examinator een mondkapje uit aan de kandidaat. Kandidaat en examinator lopen vervolgens op gepaste afstand van elkaar naar het examenvoertuig. Indien gewenst kan de examinator handschoenen en een bril dragen.

    Tijdens de examenrit

    • Tijdens of gelijk na het ontvangstgesprek desinfecteert de kandidaat de auto (portiergrepen, stuur, bedieningspanelen, sluiting veiligheidsgordel, versnellingspook). De examinator desinfecteert het deel van de auto waar hij zit (dashboard bijrijder, portiergrepen, sluiting veiligheidsgordel, hoofdsteun).
    • De instructeur rijdt niet mee tijdens de examenrit.
    • De inhoud van de examenrit is ongewijzigd.

    Een aantal elementen uit de examens zullen naar aanleiding van de hygiëne maatregelen gewijzigd moeten worden om het contact tussen de kandidaat en de examinator te minimaliseren.

    CDE: Het onderdeel bestuurderskaart en tachograaf (toetsterm 1.4 van de toetsmatrijs; controle van het voertuig en handeling na beëindiging van de rit in de rijprocedure): het gebruik van de bestuurderskaart in het praktijkexamen zal getoetst worden door middel van bevraging, in plaats van het daadwerkelijk plaatsen en verwijderen van de kaart. Hiermee voorkomen we dat de kaart uitgewisseld moet worden tussen de kandidaat en de examinator. De bevraging zal gaan over hoe de kaart geplaatst en verwijderd moet worden. Voor voertuigen voorzien van een tachograaf met schijven, komt het overhandigen van de schijf aan de examinator na afloop van de rit te vervallen.

    Taxi: Op het moment dat de examinator en kandidaat plaats gaan nemen in het voertuig, opent en sluit de examinator zelf de deur, pakt zelf de gordel en stelt zelf de hoofdsteun af.

    T:Wij vragen u om de aanraakvlakken binnen en buiten de cabine van het voertuig goed te reinigen voor het examen. Ook tijdens het T-examen maken zowel de examinator als de kandidaat gebruik van een mondkapje. Het CBR verstrekt de mondkapjes. Daarnaast is het mogelijk dat de examinator voor het T-examen door middel van een contactvrije thermometer de temperatuur van de kandidaat opmeet.

    Directiechauffeur:Wij vragen u om de aanraakvlakken binnen en buiten, zowel voor- als achterin, het voertuig goed te reinigen voor het examen.Het ontvangstgesprek van het examen start binnen. De opleider gaat niet mee naar binnen. Tijdens de examens voor directiechauffeur maken zowel de examinator, de opleider als de kandidaat gebruik van een mondkapje. Het CBR verstrekt de mondkapjes.

    Binnenvaart:Voor Binnenvaart gelden specifieke hygienemaatregelen.

    Eindgesprek

    • Bij het betreden van het pand desinfecteren examenkandidaat en examinator opnieuw hun handen. - Voordat de examinator en de kandidaat plaats nemen achter de tafel desinfecteren zij hun deel van de tafel en hun kant van de acrylaatplaat.
    • Het eindgesprek vindt plaats in de examenzaal. De instructeur is daar niet bij aanwezig. De instructeur gaat terug naar de auto. Wanneer de kandidaat dit wil, kan de instructeur telefonisch meeluisteren wanneer de kandidaat de uitslag krijgt. De kandidaat belt de instructeur. De instructeur zet de telefoon op ‘mute’, waardoor hij niet aan het gesprek kan deelnemen. In verband met de aanwezige acrylaatplaat schuift de kandidaat de telefoon in de richting van de examinator, zodat de instructeur alles goed kan verstaan.
    • Tot en met 31 december 2020 geldt een afwijkende regel ten aanzien van het ondertekenen van de examenuitslag. De examinator tekent ter validatie met zijn initialen in aanwezigheid van de kandidaat. De kandidaat tekent niet. Hierdoor hoeft de kandidaat niet de tablet en pen van de examinator aan te raken.

    Eisen voor het praktijkexamen op POL locaties

    De uitgangspunten die gelden voor CBR locaties zoals weergegeven in het CBR hygiëne protocol gelden ook voor POL locaties. Lees hier het hygiëne protocol. Dit betekent tenminste:

    • Bij de ingangen staat desinfectiemateriaal: Iedere medewerker en iedere bezoeker moet bij binnenkomst zijn handen ontsmetten.
    • Bij alle ingangen hangen posters of staan banners waarop de opleider huisregels van de locatie rond corona kenbaar maakt.
    • Op de grond zijn belijningen aangebracht met looproutes en vooral om te stimuleren om 1,5 meter afstand in acht te houden. Er geldt zo veel mogelijk eenrichtingsverkeer. -Er zijn acrylaatplaten aangebracht rond alle intake –, informatie- en receptiebalies.
    • De ruimte waar het praktijkexamen start en eindigt biedt voldoende ruimte om 1,5 meter afstand van elkaar te houden, bij het betreden, verlaten van de ruimte en tijdens het gesprek. Tevens wordt de gesprekstafel van de examinator voorzien van een acrylaatplaat.
    • De ruimte waar het praktijkexamen start en eindigt en de sanitaire voorzieningen worden regelmatig (meerdere keren per dag) gereinigd en geventileerd.
    • Er wordt zorg gedragen voor het regelmatig (meerdere keren per dag) schoonmaken van contactoppervlaktes zoals deurknoppen, leuningen, liften en wc’s.

    Huisregels CBR

    Het CBR hygiëneprotocol maakt onderdeel uit van de huisregels van het CBR. Het sanctiereglement is daarmee van toepassing.

    Het overtreden van de regels die betrekking hebben op dit hygiëneprotocol worden aangemerkt als ‘Niet voldoen aan huisregels of aanwijzingen/verzoeken CBR-personeel.’ Of in een uitzonderlijk geval als (poging tot) mensgericht fysiek geweld. Dit kan leiden tot opzegging van de POL overeenkomst.

    Aangepaste procedure nascholingscursussen, praktijktoetsen en ADN opleidingen en applicatiedagen Directiechauffeur

    Uitvoeringseisen praktijktoetsen nascholingscursussen code 95, ADN opleidingen en applicatiedagen Directiechauffeur in coronatijd

    Praktijktoetsen, nascholingscursussen voor de code 95, Directiechauffeur en ADN opleidingen kunnen worden verzorgd. In dit bericht leest u onder welke deze moeten worden uitgevoerd.

    Maatregelen overheid

    Om voor de kandidaten, cursist, de docent, toetsafnemer en de steekproefnemer van het CBR een zo veilig mogelijke situatie te creëren, blijven bij de uitvoering alle overheidsmaatregelen, waaronder de 1,5 meter afstand, onverminderd van kracht.

    Algemene richtlijnen RIVMRichtlijnen voor contactberoepen RIVM Protocol rijscholenbranche

    Maatregelen locaties

    Bij de uitvoering van praktijktoetsen, nascholing, Directiechauffeur en ADN-opleidingen wordt voor wat betreft de locatie verwezen naar het protocol dat door de opleidingsbranche is opgesteld. Dit betekent bijvoorbeeld dat:

    • Hygiëne maatregelen zichtbaar op de locatie worden opgehangen.
    • Alle contactoppervlakken regelmatig gedesinfecteerd worden. •Onderling contact zoveel mogelijk vermeden wordt.
    • Er 1,5 meter afstand wordt bewaard, bijvoorbeeld d.m.v. dosering, routing en markering van afstanden.

    Mondkapjes

    Ook bij het uitvoeren van de praktijktoetsen, ADN opleiding, Directiechauffeur en nascholingscursussen wordt een mondkapje gedragen. We sluiten hiermee aan bij de maatregelen die gelden voor het geven van rijles en bij het MBO en voortgezet onderwijs en creëren hiermee een omgeving. Lees ook onze algemene informatie over het gebruik van mondkapjes.

    Waarom moet ik een mondkapje dragen?

    Het doel van het dragen van een mondkapje is het creëren van een veilige werkomgeving, waarin de medewerkers van het CBR hun werkzaamheden kunnen uitvoeren. Het dragen van een mondkapje is dus een voorwaarde om onze toezichthoudende taak te kunnen uitoefenen. Constateren wij bij een steekproef dat er géén mondkapje is of wordt gedragen, dan zien wij dit als overtreding van artikel 3.4.g ‘het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat het CBR altijd zonder belemmering een steekproef kan uitvoeren’. Bij een eerste constatering zullen hiervoor géén strafpunten worden opgelegd. Bij daarop volgende overtredingen van dit artikel geldt het gebruikelijke aantal strafpunten, namelijk drie.

    Praktijktoetsen: het mondkapje wordt gedragen tijdens zowel de toets besloten terrein als de praktische toets, óók als de kandidaat alleen in het voertuig zit.

    Nascholing, ADR en ADN: het mondkapje wordt gedragen en mag alleen af als de cursisten plaats hebben genomen in het klaslokaal met onderling voldoende afstand. Zodra er sprake is van verplaatsing van één of meerdere deelnemers is het mondkapje nodig. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld praktijkopdrachten die buiten het klaslokaal worden uitgevoerd.

    Directiechauffeur: het mondkapje wordt gedragen in en rondom het voertuig. Dit geldt bij het verzorgen van instructie, bij applicatiedagen en het praktijkexamen. Ook hier geldt dat bij theoretische applicatie dagen het mondkapje niet gedragen hoeft te worden als de deelnemers in het klaslokaal hun plaats hebben ingenomen.

    Raamwerken

    Bij de uitvoering blijven de raamwerken en uitvoeringseisen van kracht. De toetsen en kandidaten, en cursussen/opleidingen en cursisten worden op de gebruikelijke wijze aan- en afgemeld in TOP internet, er vinden steekproeven plaats en bij overtredingen treden het sanctiemodel in werking.

    Toezicht

    Het CBR blijft op de gebruikelijke wijze toezichthouden. Kan een steekproef geen doorgang vinden, dan treedt het sanctiemodel in werking. Ook als er niet wordt voldaan aan de RIVM-richtlijnen of maatregelen vanuit de Rijksoverheid kan er een sanctie worden opgelegd. Bijvoorbeeld als er bij de nascholingscursus sprake is van een uitvoeringslocatie die onvoldoende ruimte biedt aan het aanwezige aantal cursisten (Raamwerk nascholingscursussen, artikel 3.2.d).

    Identiteitscontrole en presentielijstDe identiteitscontrole blijft een belangrijk aspect bij een steekproef. Zorg ervoor dat deze plaats kan vinden, door de identiteitsbewijzen bij aanvang van de cursus te verzamelen op een plek in de cursusruimte waar door de steekproefnemer 1,5 meter afstand kan worden gehouden. Bij verzameling van de identiteitsbewijzen kan ook meteen de presentielijst getekend worden. Hetzelfde geldt na afloop van de cursus. Houd hierbij rekening met voldoende afstand tussen de cursisten en zorg voor desinfecterende middelen, bijvoorbeeld voor de te gebruiken pennen. Bij de praktijktraining vindt de controle op o.a. het identiteitsbewijs en het rijbewijs buiten het voertuig plaats, waarbij gepast gebruik wordt gemaakt van handschoenen en desinfecterende middelen.

    Bij de praktijktoetsen geldt dat de toetsafnemer het identiteitsbewijs aan de steekproefnemer overhandigt, waarbij gepast gebruik wordt gemaakt van handschoenen en desinfecterende middelen.

    Praktijktoetsen – selectie variant en scenario’s

    Bij de praktijktoetsen wordt aan de hand van het trekken van een kaart bepaald welke variant er bij de toets besloten terrein wordt gereden en welke scenario’s er bij de praktische toets worden uitgevoerd. Houd er bij de selectie rekening mee dat de deze op verantwoorde wijze plaatsvindt, bijvoorbeeld door het gebruik van handschoenen, en denk aan het reinigen van de selectiekaarten met desinfecterende middelen.

    Praktijktoetsen – uitslag

    Houd er bij het meedelen van het resultaat van de praktijktoets rekening mee dat dit op geschikte wijze plaatsvindt, onder andere door ten minste 1,5 meter afstand te houden.

    Nascholing - Minimumeisen en deelnemersaantallen

    Het aantal deelnemers is afhankelijk van de faciliteiten die u tot beschikking heeft. Zijn deze faciliteiten niet voldoende voor het maximum aantal deelnemers uit het Raamwerk? Dan moet u het aantal deelnemers beperken. U bent er als opleidingsinstituut zelf verantwoordelijk voor dat de verschillende maatregelen vanuit de overheid in acht worden genomen.

    Simulator

    Voor de praktijktrainingen die op een simulator worden uitgevoerd geldt dat er één deelnemer plaatsneemt in de simulator. Het maximum aantal deelnemers zoals vermeld in het Raamwerk blijft gehandhaafd, mits de overige deelnemers en de docent in de observatieruimte 1,5 meter afstand tot elkaar kunnen houden. Ook moet de opleider hierbij rekening houden met een eventueel bezoek van een toezichthouder van het CBR. Deze toezichthouder moet te allen tijde de ruimte krijgen om de steekproef op een veilige manier uit te voeren. Voor en na elke rit wordt de simulator (stuur, stoel, dashboard, etc.) gedesinfecteerd.

    Nascholing - Opleidingsplan en hulpmiddelen

    Bij de uitvoering van de cursus wordt het gecertificeerde opleidingsplan gebruikt. Houd er rekening mee dat aan alle (overheids-)maatregelen moet worden voldaan en dat iedere cursist daar waar nodig gebruik maakt van eigen/persoonlijke hulpmiddelen. Moeten hulpmiddelen, zoals een heftruck, gedeeld worden? Zorg dan dat de hulpmiddelen voldoende gedesinfecteerd zijn.

    Voorbeelden Verzorgt u de cursus U21-1 EHBO? Zorg er dan voor dat er voldoende maatregelen zijn getroffen om de cursus door te kunnen laten gaan, bijvoorbeeld door voor iedere cursist een reanimatiepop goed te desinfecteren voor hergebruik.

    Behandelt u in de cursus U20-1 Fysieke Belasting het onderwerp ‘chauffeurstoel instellen’? Dan kan dit met maximaal twee personen (uitleg: toegestaan is twee cursisten, of een cursist en een docent) in het voertuig. Voorafgaand aan de training en na iedere cursist worden de contactoppervlakken gereinigd met desinfecterende middelen.

    ADN

    Voor het initiële ADN-examen en de eindtest van de herhalingsopleiding wordt een opleiding gevolgd. Het aantal deelnemers dat kan deelnemen is afhankelijk van de locatie en de faciliteiten die beschikbaar zijn. Het is de verantwoordelijkheid van het opleidingsinstituut om het aantal deelnemers hierop aan te passen, waarbij het uitgangspunt is dat er altijd moet worden voldaan de maatregelen van de Rijksoverheid. Er wordt een mondkapje gedragen, behalve als de deelnemers tijdens de herhalingsopleiding aan tafel zitten in het klaslokaal.

    Directiechauffeur

    Om het CCV D1 en D2 certificaat te kunnen verlengen moeten applicatiedagen gevolgd worden. Het aantal deelnemers dat aan theoretische applicatiedagen kan deelnemen is afhankelijk van de locatie en de faciliteiten die beschikbaar zijn. Het is de verantwoordelijkheid van het opleidingsinstituut om het aantal deelnemers hierop aan te passen, waarbij het uitgangspunt is dat er altijd moet worden voldaan de maatregelen van de Rijksoverheid.

    Voor wat betreft de praktische applicatiedagen geldt dat deze mogen worden uitgevoerd met maximaal één deelnemer.

    Er wordt bij praktische én theoretische applicatiedagen een mondkapje gedragen, behalve als de deelnemers van een theoretische applicatiedag aan tafel zitten in het klaslokaal.

    feedback