CBR Invo

Uit de praktijk: 3 cases

Uit de praktijk: 3 cases

Het kan voorkomen dat het niet duidelijk is of je een mededeling moet uitbrengen. Het advies van het CBR aan de gemandateerde: bij twijfel gewoon indienen. Enkele voorbeelden uit de politiepraktijk.

Soms is het overduidelijk wanneer je een mededeling moet uitbrengen. Maar soms ga je twijfelen. Het advies van het CBR aan de gemandateerde: bij twijfel gewoon indienen, dan beoordelen de juristen van de afdeling vorderingen of de vorderingsprocedure van toepassing is. Enkele voorbeelden uit de politiepraktijk.

Case 1: Ernstig gestoord inzicht en gedrag

Een ernstig verslaafde man verklaart tijdens een politieverhoor dat hij wekelijks voor ongeveer 20 tot 30 euro aan heroïne gebruikt en dat hij twee tot drie bolletjes cocaïne per dag gebruikt. Ook geeft de man aan hasj te gebruiken en methadon als vervanging voor heroïne. In het najaar van 2017 had de man tijdens een ander verhoor al verklaard veel te veel heroïne, cocaïne en methadon te gebruiken en verslaafd te zijn. De man verklaart ook al sinds 2010 verslaafd te zijn. Uit de politiestukken blijkt dat de man regelmatig bestuurder is van een bestelauto. In deze zaak is er geen sprake van een proces-verbaal artikel 8 en een uitslag van een bloedonderzoek. Het CBR kan dan ook geen onderzoek drugs opleggen aan de man. Omdat het een bijzonder ernstig geval is en de politie verschillende uitgebreide stukken heeft overgelegd waaruit heel duidelijk het gebruik van de man blijkt, hebben wij in dit geval een medisch onderzoek kunnen opleggen op grond van het criterium van de bij artikel 23 derde lid behorende bijlage onder B, ll. Geestelijke geschiktheid: b. ernstig gestoord inzicht of gedrag van de Regeling maatregelen Rijvaardigheid en Geschiktheid 2011. Ook heeft het CBR de geldigheid van het rijbewijs kunnen schorsen op grond van artikel 5 c van de Regeling: er zijn duidelijke aanwijzingen dat betrokkene lijdt aan een aandoening waardoor hij geestelijk en/of lichamelijk niet goed functioneert, dan wel ernstige psychiatrische problemen ondervindt, hetgeen bij twijfel bevestigd wordt door een medisch deskundige. Zodra de man de kosten voor het onderzoek heeft betaald kan hij worden ingepland.

Case 2: Achtervolging door de Coentunnel

Aan het eind van één van de langste avonden van het jaar ziet de politie tijdens de surveillance een zwarte BMW rijden. De auto valt op door de hoge snelheid waarmee hij door de bebouwde kom rijdt. Vervolgens ziet de politie dat de auto rechts afslaat zonder richting aan te geven. Ook stopt de auto niet voor een kruising. Hierop besluit de politie de BMW te volgen. De politie schat dat de bestuurder met een snelheid van ongeveer 90 à 100 km per uur rijdt, waar een snelheid van maximaal 50 km per uur is toegestaan en geeft de bestuurder geen richting aan bij het verlaten van een rotonde. Als de bestuurder achter een andere auto komt te rijden die wel met de normale toegestane snelheid rijdt, moet hij flink afremmen. De politie ziet dat de bestuurder van de BMW minder dan een meter afstand houdt van de auto voor hem. Bij een kruising haalt de BMW de auto voor hem rechts in en rijdt hij met hoge snelheid verder. Hij haalt nog een auto rechts in en sorteert vervolgens voor bij een kruising om rechts af te slaan. De politie besluit om gebruik te maken van het rode verkeerslicht en de bestuurder van de BMW een stopteken te geven. De BMW rijdt echter door rood. Op de kruising moet het kruisende verkeer vol afremmen om een aanrijding met de BMW te voorkomen. De achtervolging gaat verder en overtreding na overtreding volgt. Zo rijdt de bestuurder met een schrikbarend hoge snelheid van circa 150 km per uur, waar maximaal 80 km per uur is toegestaan. Ook rijdt hij met hoge snelheid een kruising over en rijdt hij nogmaals door rood. Op enig moment rijdt de politie met een snelheid van 200 km per uur achter de BMW aan, de Coentunnel door. De BMW rijdt met een nog hogere snelheid en de politie kan hem niet bijhouden. Uiteindelijk verliest de politie de BMW uit het oog. De politie besluit naar het adres van de te naam gestelde van de auto te rijden. Daar treft zij vervolgens de BMW en de bestuurder aan. Het rijbewijs van de bestuurder wordt direct ingevorderd. De bestuurder leek tijdens de staandehouding niet erg onder de indruk van het gevaar dat hij had veroorzaakt. Om hem hier meer bewust van te maken mag hij binnenkort deelnemen aan onze cursus over gedrag en verkeer (EMG).

Case 3: Botsautootje

De politie krijgt een melding dat iemand tegen van alles aan is gereden. De bestuurder lijkt onder invloed te zijn. De politie gaat direct kijken bij het adres van de te naam gestelde van de auto. Agenten treffen daar een vrouw achter het stuur die hevig met haar armen en hoofd beweegt. Als één van de agenten de vrouw aanspreekt, schrikt ze zichtbaar en kijkt de agent met grote ogen aan. De agent ziet dat zij ongecontroleerde bewegingen met haar armen en hoofd maakt en dat zij zeer druk is in haar doen en laten. De vrouw geeft geen antwoord op de vraag wat er gebeurd is en blijft steeds vragen wat er is. Ook heeft zij een hevig bezweet voorhoofd. Nadat de vrouw is uitgestapt kijkt zij constant om zich heen. De agenten krijgen door het drukke gedrag en de houding van de vrouw de indruk dat zij mogelijk GHB verslaafd zou kunnen zijn. Als de agenten de vrouw vragen of dat zo is, ontkent zij echter. De agenten zien verse schade aan de voorkant van de auto van de vrouw. Ook hangt een deel van de bumper los. De vrouw geeft aan hier niets vanaf te weten. Als zij zelf gaat kijken, valt een groot deel van de bumper eraf. Het is duidelijk dat de vrouw meerdere aanrijdingen had gehad, maar geen idee van wat er is gebeurd. Omdat de agenten ernstig twijfelen aan de rijvaardigheid van de vrouw, vorderen zij het rijbewijs in. De vrouw werkt ter plekke mee aan een blaastest. Zij blaast een P-indicatie en was dus in elk geval niet onder invloed van alcohol. Helaas moet het CBR deze zaak als onvoldoende verklaren. Hoewel wij het vermoeden van de politie begrijpen, zijn er geen feiten die het vermoeden onderbouwen. Uit de informatie die wij nu hebben komt niet onomstotelijk naar voren dat de vrouw daadwerkelijk onder invloed van GHB, een andere drug of mogelijk medicatie was. Of wellicht is er iets anders medisch met de vrouw aan de hand. Zonder proces-verbaal artikel 8 en uitslag van het NFI kunnen wij geen onderzoek drugs meer opleggen. Ook voor een medisch onderzoek is dit helaas te weinig informatie, hoe ernstig de zaak ook is.

feedback

Verder in CBR Invo augustus 2018

Met het oog op het optimaliseren van de kwaliteit van de ingediende mededelingen, publiceren we elk kwartaal de aantallen per eenheid.
Als de politie kenmerken bij een bestuurder waarneemt die duiden op drugsgebruik kan er tegenwoordig een speekseltest worden uitgevoerd. INVO zet een aantal kenmerken op een rijtje.
Het kan voorkomen dat het niet duidelijk is of je een mededeling moet uitbrengen. Het advies van het CBR aan de gemandateerde: bij twijfel gewoon indienen. Enkele voorbeelden uit de politiepraktijk.
Jaarlijks dienen bijna 3.000 betrokkenen in de vorderingsprocedure een bezwaarschrift in. Vaak zijn de bezwaren hetzelfde en meestal zijn ze kansloos. Met enige voorlichting door de politie bij de staandehouding zijn die bezwaren wellicht te voorkomen.
Met het oog op een succesvolle afwikkeling van de mededeling is het van belang dat de politie zo volledig mogelijke informatie aanlevert. Vraag de betrokkene daarbij ook naar het waarom van het afwijkende rijgedrag.
Beleidsadviseur Richard van Dieken wil meer aandacht voor verkeershandhaving. Hij ziet het aantal aanhoudingen voor rijden onder invloed dalen en het aantal ongevallen toenemen. In de vorderingsprocedure ziet hij een goed middel om het tij te keren.