Uitbreiding controle op bevoegdheid rijinstructeurs

Het CBR breidt de controle op de bevoegdheid van rijinstructeurs uit vanaf 6 maart. Dat gebeurt tijdens een pilot van een half jaar in de praktijkexamencentra Groningen, Winschoten, Assen, Emmen, Hoogeveen en Rijswijk. In alle gevallen checken de examinatoren dan of de aanwezige instructeurs een geldige WRM-bevoegdheidspas bij zich hebben voor de start van rijexamens en toetsen. Dit ter bescherming van de kandidaat en ter bevordering van een veilige werkplek voor examinatoren.

Sinds 1 juli vorig jaar worden de instructeurspassen al steekproefsgewijs gecontroleerd voor examens en toetsen in het hele land. Dit komt voort uit de in 2015 vernieuwde overeenkomst tussen CBR en opleider. In deze overeenkomst is benadrukt dat rijinstructeurs bij contact met het CBR altijd een geldige WRM-bevoegdheidspas moeten kunnen tonen. Alleen dan mogen zij een praktijkexamen/toets (inclusief voor- en nagesprek) bijwonen van een leerling. Dit geldt uiteraard alleen voor die examens/toetsen waarvoor een rijinstructeur de WRM-bevoegdheid moet hebben. Een WRM-stagepas is in die gevallen ook toegestaan.

Uit de steekproeven bleek dat gemiddeld zo´n tien rijinstructeurs per maand geen geldige WRM-bevoegdheidspas konden tonen. Naar aanleiding daarvan verzochten de rijschoolbrancheverenigingen het CBR om de controle op de bevoegdheid van rij-instructeurs op te voeren. Hiermee levert het CBR dan ook een bijdrage aan de professionalisering van de branche.

feedback