Achtergrondinformatie

Wet- en regelgeving rijgeschiktheid

Hieronder vindt u de wettelijke regelingen op basis waarvan het CBR de medische geschiktheid van bestuurders beoordeelt. Ook vormt deze wettelijke regelgeving de basis voor het opleggen van vorderingsmaatregelen.

Wegenverkeerswet
In deze wet staat onder andere de taak van het CBR beschreven.

Reglement rijbewijzen
Deze regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bevat samen met de Wegenverkeerswet de regels rondom rijbewijzen en geldende rijbewijscategorieën in Nederland. Maar ook de benodigde rijvaardigheids-, geschiktheids- en vakbekwaamheidseisen zijn hierin vastgelegd.

Regeling Maatregelen Rijvaardigheid & Geschiktheid
Deze regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vormt de basis voor het opleggen van vorderingsmaatregelen door het CBR.

Regeling eisen geschiktheid 2000
Deze regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat vormt de basis voor de geschiktheidsbeoordeling door het CBR. In de regeling staan de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid om motorrijtuigen te mogen besturen. Bij geschiktheid voor één of meer rijbewijscategorieën geeft het CBR een Verklaring van geschiktheid af.

Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid - codebijlage
In deze regeling staan de alle mogelijke codes op het rijbewijs. Het gaat om Codes op de persoon, bijvoorbeeld: verplicht om een bril te dragen Codes op het voertuig, bijvoorbeeld: mag alleen in een auto met stuurbekrachtiging rijden Codes in verband met de bevoegdheid, bv alleen privégebruik Naast deze codes rijbevoegdheid, bestaan er codes vanuit de rijvaardigheid.

Inzage-, correctie- en blokkeringsrecht

Het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht is van toepassing op de keuringen die medisch specialisten doen voor het CBR. Het is de verantwoordelijkheid van de medisch specialist om betrokkene hierover te informeren. Dat de informatie hierover gegeven is moet ook blijken uit het rapport.

In de Beleidsregel aanwijzing keurend medisch specialisten van het CBR (gepubliceerd in de Staatscourant: zoek.officielebekendmakingen.nl, onder: 2018/68302) is de toepassing van het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht vastgelegd. Hierin staat onder meer dat de keurend medisch specialist verantwoordelijk is voor het toepassen en bespreken van deze rechten. Dit geldt voor onderzoeken in het kader van de Vorderingsprocedure en de Gezondheidsverklaringsprocedure.

De keurend medisch specialist vraagt de keurling na afloop van het onderzoek of hij de uitslag en de gevolgtrekking van het onderzoek wenst te vernemen. Indien de keurling geen gebruik wenst te maken van dit recht, wordt daarmee ook afgezien van het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. De keurling dient hier expliciet op gewezen te worden door de keurend medisch specialist. Daarnaast dient het formulier ‘Afzien van het inzage- correctie en blokkeringsrecht’ ingevuld en ondertekend te worden door de keurling; de keurend medisch specialist zal dit formulier bewaren. Ook dient uit het keuringsrapport te blijken dat de keurling over het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht is ingelicht door de keurend medisch specialist (artikel 4.3h. Beleidsregel keuring medisch specialisten). Bij voorkeur ontvangt het CBR een kopie van het ondertekende formulier.

Ingeval de keurling ervoor kiest om alleen de uitslag en gevolgtrekking te vernemen, maar geen gebruik wil maken van het inzage-, correctie- of blokkeringsrecht, dan kan hij op het formulier ‘Afzien van het inzage- correctie en blokkeringsrecht’ aangeven dat hij een kopie van het keuringsverslag wenst te ontvangen.

De keurend arts wordt geadviseerd om het formulier ‘Afzien van het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht’ tijdens de keuring door de keurling te laten invullen.

Ingeval de keurling ervoor kiest om als eerste kennis te nemen van de uitslag en gevolgtrekking van het onderzoek, dan verleent de keurend medisch specialist de keurling inzage in het keuringsrapport (het inzagerecht). Daarbij wordt de keurling de mogelijkheid geboden om voorstellen tot correcties te doen (het correctierecht) en om verzending van het rapport naar het CBR te blokkeren (het blokkeringsrecht). De keurend medisch specialist licht de keurling hierover per brief in (zie: ‘Voorbeeldbrief en formulier voor toepassing correctierecht en blokkeringsrecht’) en geeft zo nodig en/of desgevraagd eveneens een mondelinge toelichting.

De keurend medisch specialist vraagt de keurling in de brief binnen tien dagen aan te geven of hij gebruik wenst te maken van het correctie- en/of blokkeringsrecht. Als de keurling correcties aangeeft, moet de keurend medisch specialist daar een korte schriftelijke reactie op geven, alvorens het rapport naar het CBR te sturen. Bij een gewijzigd advies ten gevolge van de door de keurling voorgestelde correcties dient opnieuw nagevraagd te worden of de keurling alsnog gebruik wenst te maken van het blokkeringsrecht.

Mocht er na het eerste rapport ten gevolge van ontvangen aanvullende informatie of een vraag van de medisch adviseur van het CBR een wijziging plaatsvinden in het rapport, dan heeft de keurling wederom recht op het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Door ondertekening van het formulier ‘Afzien van het inzage- correctie en blokkeringsrecht’ doet hij ook hier afstand van.

Het rapport dat de keurend medisch specialist opstelt bevat de bevindingen uit het onderzoek, eventueel aangevuld met opgevraagde informatie en het advies aan het CBR. Het is aan de medisch adviseur van het CBR om het advies omtrent de rijgeschiktheid al dan niet over te nemen. Van het advies van de keurend medisch specialist kan door de medisch adviseur worden afgeweken indien de Regeling eisen geschiktheid 2000 een ander besluit voorschrijft of als er nog andere keuringsrapporten of informatie in het dossier beschikbaar zijn die daartoe aanleiding geven. De keurend medisch specialist wordt verzocht aan te geven waarom het advies is gegeven of op grond van welke paragraaf van de Regeling eisen geschiktheid 2000 het advies is gebaseerd. Het uiteindelijke besluit ligt altijd bij het CBR.

Formulier ‘Afzien inzage-, correctie en blokkeringsrecht’
Met dit formulier kan de betrokkene afzien van het inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Na opmaak van het rapport stuurt u het rapport direct naar het CBR, waarbij u dit formulier als bijlage mee stuurt.

Voorbeeldbrief gebruik inzage-, correctie- en blokkeringsrecht
Wanneer de betrokkene tijdens de keuring aangeeft dat hij gebruik wenst te maken van het inzagerecht (eventueel gevolgd door gebruik van het correctie- en/of blokkeringsrecht), verstuurt u deze brief bij het rapport. Bij de brief zit een formulier die betrokkene invult en aan u als keurend specialist terug stuurt.

Wanneer u in deze brief uw gegevens invult, worden deze automatisch ook ingevuld op het formulier voor de betrokkene. U kunt de brief met uw gegevens opslaan om vaker te gebruiken.

Wet BIG, WGBO en WBP

Ook bij het verrichten van keuringen zijn deze wetten van toepassing.

feedback